-Dit verhaal is geïnspireerd door het huidige weer in Nederland, weer dat ik normaal alleen in Rusland gewend ben en als opdracht voor een cursus column schrijven dat ik gevolgd heb.-
Het is eindelijk eens echt winter en Nederland staat op zijn kop; tekort aan strooizout, aangepaste dienstregelingen, ingesneeuwde auto’s door sneeuwduinen. Kortom; gruwelijke last van die prachtige winterse taferelen. Ik kom steeds meer humeurige mensen hunkerend naar warmte tegen.
Maar warmte is er volop in de winter. Je moet er gewoon de ogen voor openen. Laten we er niet zo moeilijk over doen en juist in de winter onze verscholen emoties de ruimte geven- ze laten opwellen en verzilveren.
Elke ochtend bepak ik me en stap op mijn fiets voor een rit van 25 minuten door Russische landschappen. Ik hou mijn stuur stevig vast en hoop dat het wiel mijn aanwijzingen volgt. Een listig spel. Alléén ik fiets over de weg. Soms toetert er een automobilist- ter bemoediging, met medelijden of uit zelfgenot vanuit zijn warme wagen. Mij hindert het niet, want ik voel me vrij en ongeremd. Het wit om mij heen fonkelt verblindend, het is zo maagdelijk puur. Een langzaam opkomend gevoel van desoriëntatie bekruipt me en doet me neuriënd doortrappen. Slechts de schrale wind om mijn wangen zorgt ervoor dat ik niet verdwaal in het niets. De wind weerhoudt mij ervan om door de sneeuw te gaan rollen van plezier. Elke vlaag gaat door merg en been en zo gebeurt dat het zintuig voelen steeds meer het genot van het aanblik, het zintuig zien, verdringt.
De deur draait 180 graden en ik sta binnen. Het zweet breekt me uit en mijn vingers beginnen te tintelen. De muffe binnenlucht vult mijn longen met warmte en de frisse kwikheid vloeit geleidelijk weg. De lift geeft mij nog een laatste glimp op het winterse panorama voordat ik er in het donker weer doorheen mag op weg naar huis en haard. Echter, de altijd zo strak ingerichte kantoortuinen staan vol plastic zakken en linnen tasjes. De stiletto’s hebben plaatsgemaakt voor bergschoenen en een pantalon voor een spijkerbroek. Er is hier duidelijk wat gaande maar ik kan het niet thuisbrengen. De klokslag van twaalf uur gaat verloren in schuivende stoelen en geroezemoes.
Daarboven een heldere baritonstem :“Zullen we de lunch overslaan en genieten, gewoon simpelweg genieten nu het nog kan. “
Een sopraan: “Vertrouw jij het dan? “
Een andere bariton: “Stel je niet zo aan”
Eerste bariton: “Ik zou zeggen, laten we het in elk geval proberen.”
De sopraan: “Vooruit dan maar”
En weg is het gezelschap. Als ik niet snel meega, blijf ik alleen achter in een wederom ordelijke kantoortuin. Zonder zo’n mysterieuze plastic zak mee te zeulen, waar ogenschijnlijk iets scherps en gewichtigs in zit, glip ik net op tijd de lift in. Het witte landschap lonkt, mijn maag knort en ik heb geen idee waar we naartoe gaan. De kantine blijft links liggen, de draaideur zet me weer buiten. Ik volg langs een besneeuwd rietlandschap totdat het wit plaatsmaakt voor zwart ijs. Vliegensvlug worden schaatsen ondergebonden en schieten mijn collega’s alle kanten uit. Ik blijf glunderend aan de kant achter. Morgen neem ik ook mijn noren mee en voor nu laat ik stiekem een sneeuwengeltje achter.
zondag 31 januari 2010
woensdag 25 november 2009
Ode aan dom 20
Vasili-eiland is zeer schematisch ingedeeld. Er zijn drie grote avenues die worden doorkruist door 27 straten. Aan de 13de staat een groot rood huis; dom 20. Dit is het huis van mijn grootouders. Een kleine rondleiding door dit prieeltje.
Ingang
Niet één deur, maar twee metalen deuren, moeten gepasseerd worden om binnen te treden. Mits de drie lastige hardnekkige sloten geopend worden en de domofoon tijdig wordt uitgezet. Dit bewakingssysteem werkt met een cijfercode. Mocht de code binnen een minuut na opening van de eerste deur niet ingevoerd worden, dan staat binnen 5 minuten de politie binnen. Dit feit heeft mij altijd zenuwachtig gemaakt, zelfs zo dat ik eenmaal kennis heb mogen maken met de aardige militia.
Kamer 1
Tussen deze hoge muren begint alles. Deze luttele vierkante meters vormen mijn oorsprong. Het plafond mijn eerste hemel. Het zicht naar buiten mijn buitenwereld. De bank begroet mij al 296 maanden. De immens vertrouwde kast zit vol geschiedenis, verhalen en geheimen. Hier ben ik thuis. Dit plekje blijft eeuwig bijzonder. Ik zal blijven komen en komen.
Kamer 2
Een gammel lampje bungelt aan een kleed aan de muur en zorgt voor een warm geel licht. Er tegenaan, van muur tot muur, staat het één-en-driekwart-persoons bed van mijn grootouders. Het riekt een beetje naar kamperfoelie. Hier gaat het licht vaak voor negenen al uit. Maar eerst maken mijn opa en oma voor het slapen vaak nog een kruiswoordpuzzel. Nu wil het geval dat tussen de woordraadsels ook moppen staan. Mijn oma leest deze gniffelend voor en even later liggen ze beiden te schuddebuiken in bed. Zo’n aandoenlijk gezicht; die twee tandloze kopjes net boven de grote deken. Alleen een nachtmutsje zou het beeld nog mooier maken.
De keuken, De badkamer en De gang - deze situatieschetsen volgen spoedig.
Ingang
Niet één deur, maar twee metalen deuren, moeten gepasseerd worden om binnen te treden. Mits de drie lastige hardnekkige sloten geopend worden en de domofoon tijdig wordt uitgezet. Dit bewakingssysteem werkt met een cijfercode. Mocht de code binnen een minuut na opening van de eerste deur niet ingevoerd worden, dan staat binnen 5 minuten de politie binnen. Dit feit heeft mij altijd zenuwachtig gemaakt, zelfs zo dat ik eenmaal kennis heb mogen maken met de aardige militia.
Kamer 1
Tussen deze hoge muren begint alles. Deze luttele vierkante meters vormen mijn oorsprong. Het plafond mijn eerste hemel. Het zicht naar buiten mijn buitenwereld. De bank begroet mij al 296 maanden. De immens vertrouwde kast zit vol geschiedenis, verhalen en geheimen. Hier ben ik thuis. Dit plekje blijft eeuwig bijzonder. Ik zal blijven komen en komen.
Kamer 2
Een gammel lampje bungelt aan een kleed aan de muur en zorgt voor een warm geel licht. Er tegenaan, van muur tot muur, staat het één-en-driekwart-persoons bed van mijn grootouders. Het riekt een beetje naar kamperfoelie. Hier gaat het licht vaak voor negenen al uit. Maar eerst maken mijn opa en oma voor het slapen vaak nog een kruiswoordpuzzel. Nu wil het geval dat tussen de woordraadsels ook moppen staan. Mijn oma leest deze gniffelend voor en even later liggen ze beiden te schuddebuiken in bed. Zo’n aandoenlijk gezicht; die twee tandloze kopjes net boven de grote deken. Alleen een nachtmutsje zou het beeld nog mooier maken.
De keuken, De badkamer en De gang - deze situatieschetsen volgen spoedig.
dinsdag 24 november 2009
Geen Mexicaanse griep
Het is donderdag 19 november 2009 vijftien uur en drie minuten. Ik steek mijn hoofd uit het vliegtuig dat mij net vanuit Wenen naar Sint Petersburg heeft gebracht en begin af te dalen van de trap. Zodra ik mijn voet op Russische bodem zet, sta ik oog in oog met een gek plastic fotocameraogend apparaat. Achter het apparaat staat een man in douanejas waaronder nog 15 centimeter doktersjas hangt. Hij kijkt gebiologeerd naar een schermpje. Terwijl ik vijftien passen over Russisch grondgebied verder stap en de bus inklim, blijf ik de man observeren. Mijn nieuwsgierige blik wordt opgevangen door mijn buurman:
“Je hebt toch zeker wel naar het vogeltje gelachen?”
“Nee, was het dan toch een camera....” Gelijk komt de vraag bij mij naar boven – wat gaan ze dan met die foto’s doen, waarom willen ze iedereen vastleggen, hoe ...
“Een soort van”, klinkt de baritonstem van de Vlaming, “ alleen dan voor infrarood. Als er ook maar iemand met koorts of verhoging aan boord was, gaan we gezellig een paar dagen met z’n allen in quarantaine.”
“Echt waar?”
Op dat moment geeft de bus gas. Gelukkig, we zijn allen griep vrij. Het avontuur kan beginnen!
“Je hebt toch zeker wel naar het vogeltje gelachen?”
“Nee, was het dan toch een camera....” Gelijk komt de vraag bij mij naar boven – wat gaan ze dan met die foto’s doen, waarom willen ze iedereen vastleggen, hoe ...
“Een soort van”, klinkt de baritonstem van de Vlaming, “ alleen dan voor infrarood. Als er ook maar iemand met koorts of verhoging aan boord was, gaan we gezellig een paar dagen met z’n allen in quarantaine.”
“Echt waar?”
Op dat moment geeft de bus gas. Gelukkig, we zijn allen griep vrij. Het avontuur kan beginnen!
zondag 24 augustus 2008
Poka poka! (Voor nu tot ziens)
Eigenlijk had ik nog zoveel willen schrijven over Sint Petersburg. Ik ben nog lang niet uitgeschreven.
Voor me liggen de bewijzen. De ruwe beginselen uit letters en woorden. Verhalen in een notendoop, die niet de tijd hebben gekregen om te ontstaan. Sporen op programmaboekjes, kassabonnetjes, servetten, kauwgomwikkels, museumkaartjes, enveloppen. Papier dat ter plekke was om de eerste indruk te vereeuwigen, om de gedachte niet te verliezen, om de juiste link te leggen. Zoveel woorden. Over Russen. Over rijen. Over Do en Don’t do this in Russia. Over hilariteit en treurigheid. Over waarom. Bijvoorbeeld -waarom heeft het o zo befaamde Mariinskij theater zo’n lelijk plafond. Al bloggend wilde ik nog een reisgids voor Sint Petersburg samenstellen. Ervaringen delen.
Nog lang niet uitgeschreven, maar aan mijn Petersburgse verblijf is een einde gekomen.Er wachten nieuwe uitdagingen in de zusterstad Rotterdam, mijn nieuwe thuishaven.
En wat er met de ongeboren verhalen gebeurt?
Wie weet bundel ik ze ooit eens.
Vanaf 11 juli 2009 hou ik een nieuwe blog bij genaamd Lija in Tbilisi & Batumi over mijn belevenissen in Georgië.
Naar verwachting zal ik in november 2009 weer even in Sint Petersburg zijn.
woensdag 6 augustus 2008
Opklaphak
Opeens had ik ,mijnsinziens, een geniaal idee. Ik sla al een lange tijd met bewondering Russinnen gade, die op hoge hakken, stiletto’s en pumps voortschrijden. Zo sierlijk, panterachtig vrouwelijk. En als er weer een mooi exemplaar voorbij trippelt, denk ik- dat wil ik ook. Maar loop ik een winkel binnen, en pas ik een mooi ogend paar, dan kan ik me met moeite staande houden. Oefening baart kunst, dus daaraan wennen moet lukken. Ik kijk in de spiegel en zie mijn voet in zo’n muiltje. Ik ben zielsgelukkig, net een prinsesje. Ze zitten prachtig. Maar dan bedenk ik me dat ik me ermee moet kunnen verplaatsen. Behalve dat ik er rugpijn van krijg, kan ik nauwelijks mijn evenwicht bewaren. Hierdoor loop ik als een zoutzak. Nul elegantie. Foetsie charme.
En toen kwam dus, mijnsinziens, mijn geniale idee.
EEN OPKLAPHAK
Jawel, dames en heren, een o zo simpele oplossing voor boven beschreven probleem. Als je een eind moet lopen, klap je de hak in en heb je een platte zool. Sta je ergens te pronken, dan uiteraard hoog gehakt. Wie mooi wil zijn, hoeft dan helemaal niet pijn te lijden. Het is me alleen nog niet gelukt om het technisch helemaal uit te werken, dus daarvoor moet ik nog opzoek naar hulp. Wie helpt me met de uitwerking? Maar als het lukt, vragen we patent aan. Het zal een gat in de markt zijn. Zeker een gewild item voor de praktische Nederlandse vrouw. Twee schoenen in een. Een unicum. En zelfs op google is er nog iets over te vinden. Opklaphak heeft voorlopig nul hits, maar na deze blog in elk geval 1.
En toen kwam dus, mijnsinziens, mijn geniale idee.
EEN OPKLAPHAK
Jawel, dames en heren, een o zo simpele oplossing voor boven beschreven probleem. Als je een eind moet lopen, klap je de hak in en heb je een platte zool. Sta je ergens te pronken, dan uiteraard hoog gehakt. Wie mooi wil zijn, hoeft dan helemaal niet pijn te lijden. Het is me alleen nog niet gelukt om het technisch helemaal uit te werken, dus daarvoor moet ik nog opzoek naar hulp. Wie helpt me met de uitwerking? Maar als het lukt, vragen we patent aan. Het zal een gat in de markt zijn. Zeker een gewild item voor de praktische Nederlandse vrouw. Twee schoenen in een. Een unicum. En zelfs op google is er nog iets over te vinden. Opklaphak heeft voorlopig nul hits, maar na deze blog in elk geval 1.
Te gastvrij
Het was een lange en uitputtende nacht. Een nacht van kraken en woelen. In de hoek een robuste staanklok. Getik, elke seconde luider. De lucht ijl en tevens benauwd. Chroetsjovflat vijfde verdieping in een drie-kamerappartement. Ik lag daar op mijn rug. Midden in de woonkamer. Stil te wezen. Zelfs te diep ademen was fataal. Een kleine trilling van mijn lichaam zou het scharnier wederom in werking stellen. Scharnieren, die op mijn botten drukten. Scharnieren ongesmeerd, piepend en kreunend van sovjetmakelij.
Ik hield het niet langer meer uit; er moest een einde aan komen. Nog een keer de scharnieren in werking zetten. Vurig hopend dat de sirene niet aanslaat, sluip ik op mijn tenen naar de gang. Het parket kraakt. Nog twee stappen. De loshangede deur. Ik trek de deur zo stil mogelijk achter me dicht. Hij zwaait terug open. Een stap terug en poging twee. Veel gekraak. Teveel gekraak. Boze Russen komen in het donker op me af. De sirene is afgegaan a.k.a eenjarig kind. ‘ We konden je wel wurgen, wat een kabaal. We hadden nog zo gezegd, geen geluid. Daar wordt de peuter wakker van. Nu moeten we haar geruststellen. De komende 40 minuten moet je in de keuken blijven. Anders valt ze niet in slaap.’
Aldus bracht ik de woensdagnacht door op een krukje in de keuken en doodde ik de tijd met Truman Capote en Jaws.Verlangend naar mijn eigen bedje. Niet naar de slaapbank, of beter- het spijkerbed, achter het dunne wandje. Daarbij durfde ik de piepende deur en het krakend parket niet meer te trotseren. Hoe was ik hier eigenlijk verzeild geraakt? Ik meen mij te herinner dat ik te gast was voor het diner. O ja, de gastvrouw liet me niet gaan. ‘ Blijf toch hier slapen. Kijk, de bank is in een mum van tijd een lekker bedje [ik vraag me af of ze er zelf weleens op geslapen heeft]’ ‘Nee, dank je. Ik ga over een uurtje maar eens op huis aan. Vier haltes met de metro en ik ben voor eleven thuis.’ ‘Doe niet zo gek, ik pak vast de lakens voor als je je bedenkt. Straks als de kleine slaapt kan dat namelijk niet meer.’ ‘ Bedankt voor de gastvrijheid, maar ik slaap echt liever thuis. Alles lekker bij de hand –tandenborstel enzo.’ ‘ O, ik heb altijd extra tandenborstels voor gasten, dus dat is geen probleem. Kijk. En hier een t-shit, voor als pyjama.’ Ik zat klem. Ze liet me gewoon niet gaan. En zo werd het een lange en uitputtende nacht.
Ik hield het niet langer meer uit; er moest een einde aan komen. Nog een keer de scharnieren in werking zetten. Vurig hopend dat de sirene niet aanslaat, sluip ik op mijn tenen naar de gang. Het parket kraakt. Nog twee stappen. De loshangede deur. Ik trek de deur zo stil mogelijk achter me dicht. Hij zwaait terug open. Een stap terug en poging twee. Veel gekraak. Teveel gekraak. Boze Russen komen in het donker op me af. De sirene is afgegaan a.k.a eenjarig kind. ‘ We konden je wel wurgen, wat een kabaal. We hadden nog zo gezegd, geen geluid. Daar wordt de peuter wakker van. Nu moeten we haar geruststellen. De komende 40 minuten moet je in de keuken blijven. Anders valt ze niet in slaap.’
Aldus bracht ik de woensdagnacht door op een krukje in de keuken en doodde ik de tijd met Truman Capote en Jaws.Verlangend naar mijn eigen bedje. Niet naar de slaapbank, of beter- het spijkerbed, achter het dunne wandje. Daarbij durfde ik de piepende deur en het krakend parket niet meer te trotseren. Hoe was ik hier eigenlijk verzeild geraakt? Ik meen mij te herinner dat ik te gast was voor het diner. O ja, de gastvrouw liet me niet gaan. ‘ Blijf toch hier slapen. Kijk, de bank is in een mum van tijd een lekker bedje [ik vraag me af of ze er zelf weleens op geslapen heeft]’ ‘Nee, dank je. Ik ga over een uurtje maar eens op huis aan. Vier haltes met de metro en ik ben voor eleven thuis.’ ‘Doe niet zo gek, ik pak vast de lakens voor als je je bedenkt. Straks als de kleine slaapt kan dat namelijk niet meer.’ ‘ Bedankt voor de gastvrijheid, maar ik slaap echt liever thuis. Alles lekker bij de hand –tandenborstel enzo.’ ‘ O, ik heb altijd extra tandenborstels voor gasten, dus dat is geen probleem. Kijk. En hier een t-shit, voor als pyjama.’ Ik zat klem. Ze liet me gewoon niet gaan. En zo werd het een lange en uitputtende nacht.
maandag 21 juli 2008
Langs de Neva
Het is zomer. Het zonnetje schijnt. Tussen de regenbuien door. Al ruim een uur droog. Buiten is het stukken aangenamer dan binnen. Daar. Buiten is waar het allemaal gebeurt. Vang de zonnenstralen, verwen je huid. Alles licht, kleurrijk en warm.
Langs het water. Langs de Neva. Op de kade. Graniet en asfalt al lang droog.
Voeten bloot. Bungelend in het niets. De advertentiepagina onder mijn kont. De wind speelt met de rest van de krant in mijn handen.
Vissers aan de kade. Big fish. Groter dan ik had verwacht. Hup in een plasic tas. Smullen. Vanavond vrucht uit de Neva. De blauw- grijze Neva. Troebel. Wolken weerspiegelen.
Moeders met buggies. Staan. Lopen. Nog anderhalf uur. Streng regime. Kind moet per dag minimaal twee uur buiten zijn.
Verliefde koppels. Tedere omhelzing. Zon verwarmt. Vriendinnen flanneren. Mannen drinken bier.
Haven. Cargo. Hout uit Sibirie. Toeristen uit Japan. Onderzeeer. Jacht.
Meer wind. Golf. Over de kade. Voeten nat. Broek doorweekt. Advertentiepagina vergaan.
Abonneren op:
Posts (Atom)