Posts tonen met het label blogs uit de oude doos (2006). Alle posts tonen
Posts tonen met het label blogs uit de oude doos (2006). Alle posts tonen

maandag 27 augustus 2007

Kalasjnikov

Momenteel lees ik het boek 'Duizend schitterende zonnen', gesitueerd in Afghanistan, Kabul, te midden van de oorlogen, waar eerst de sovjets, vervolgens de Mujahedin en nu de Taliban met kalasjnikovs rondlopen. Het boek spreekt erg tot de verbeelding en ik begin mee te leven met de hoofdpersonages. Maar daar wil ik het eigenlijk niet over hebben. Waar ik naar toe wil is dat ik soms gbeurtenissen uit gelezen romanverhalen in de werkelijkheid meen terug te zien.
Vroeg op de avond hadden wij de auto op een binnenplaats achtergelaten. Vanuit de ramen zouden we zo af en toe een oogje in het zeil kunnen houden. Op de binnenplaats stonden een aantal jeeps, westerse auto's en een minderheid aan afgedankte, roestende lada's en zjikoeli's dan elders. Het zou geen probleem op moeten leveren om er weer uit te komen en we zouden maar een uurtje of drie blijven, dus ook niet iemands 'plekje'kunnen innnemen.
Drie uur later was de doorgang inderdaad vrij. Maar terwijl ik het portier opendoe, zie ik op het papiertje dat ik in mijn andere hand heb een rood zoeklicht voorbij schieten. Met gefronst voorhoofd kijk ik even om en op. Vreemd. Zodra de motor start en we willen wegrijden, zie ik het zoeklicht weer langs de muur voorbij schieten. Door het lezen van dit boek en omdat ik in Rusland ben, denk ik in eerste instantie dat het wel het zoeklicht van een kalasjnikov of ander scherpschuttersgeweer moet zijn. Ik sta er niet eens bij stil dat het ook een kind kan zijn dat met een laser speelt. Tsja, ben ik dan bevooroordeeld over Rusland?

zaterdag 25 augustus 2007

In de wolken

Buiten is het -50 graden celsius. Binnen zit ik, opweg naar een nieuw avontuur. Om mij heen wolken. In allerlei vormen. Beneden land. Strak opgedeeld in vierkanten. Akkers van de Nederlandse boeren. Met elke minuut laat ik Nederland verder achter en nader ik mijn nieuwe verblijfplaats. Vanuit de cockpit meldt de captain dat we op een hoogte van 10.000 meter vliegen. Benenden, op 7.000 meter, vliegt het KLM-toestel naar Moskou. Weldra zullen we de Russen, zakenlieden en toeristen op weg naar Moskou inhalen. Sint Petersburg wint van Moskou. We vliegen boven de Oostzee. De zee is opgedeeld in eindeloos veel eilanden. Nog een uur te gaan en dan begint het echt: Lija in Sint Petersburg. Er wordt macaronisalade met een warm broodje uitgedeeld. Men stort zich er gretig op om de reis te verkorten, de tijd te vullen en de buurman/ buurvrouw eetsmakelijk te kunnen wensen. Mijn buurvrouw heeft geblondeerd haar, naaldhakken, lange rode nagels, roze lippen, een norse blik en een air van ik ben hier niet. Niet echt een gesprekspartner, dus als snel ga verder met het opnemen van het landschap onder mij en de wolken in de verte. In de wolken, ik begin te mijmeren. Heb ik alles wel in mijn koffer gestopt, heb ik iedereen wel gedag gezegd (zo niet, dan alsnog daaaaagggggg!), heb ik ........ Kdang. Met beide voeten aan de grond. Geen tijd meer om te twijfelen, want vlucht KL1395 is geland op Pulkovo airport. Laat het avontuur beginnen!

donderdag 12 juli 2007

Elton John

Rusland is in trek voor 'oudere' zangers. Zo was Paul McCartney hier onlangs, kon ik Elton John bewonderen en komen over twee weken de Rolling Stones. En allen traden/ treden op op het paleisplein, dat voor de Hermitage ligt. Een prachtige locatie. Hartje centrum. Op de schermen verschijnen geweldige beelden; rockende bandleden met ionische koloms, een zingende Elton met standbeelden, juichende menigte met een 'paleis als achtergrond'.
Er is echter een klein nadeelje aan deze locatie. Het is in de openlucht. En laat het nou net zo wezen dat dit de enige dag is, zelfs alleen op de avond, dat ik hier in Sint Petersburg ben en het regent. Het regent en regent. De lucht is onrustig en donkergrijs.
Het concert begint om half acht. Om kwart over zeven begint het noodweer. Maar je bent Nederlander of niet, dus je gaat absolut naar het concert, waar je een kaartje voor hebt gekocht. En als je er eenmaal doorweekt op een blauw plastic stoeltje staat, probeer je tussen alle paraplu's een glimp op te vangen van de ster. Van de oude ster, wiens licht al minder sterk schijnt. Maar voor het licht hebben we tegenwoordig allemaal technica, die het hele plein verlichten met alle kleuren van de regenboog. En de ster laat zijn stem galmen. De lucht breekt open. De paraplu's verdwijnen en het publiek laat zich meeslepen

Geluk

De Peter en Paul vesting is gevestigd op hazeneiland. Op dit eiland zei Peter de Grote in 1703: "hier zal een stad herrijzen." En met de bouw van het fort ter verdedigning tegen de Finnen begon de bouw aan de hoofdstad van het Noorden. Ter herinnering aan de naam hazeneiland staat er een standbeeldje van een haas in het water. Volgens de legende brengt het raken van dit haasje met een muntstuk (materieel) geluk. En daar wil ieder wel een gokje op wagen. Halverwege de brug, die toegang verschaft tot een van de poorten van de Peter en Paul vesting, staat dan ook altijd een kleine menigte mensen over de relling gebogen het geluk te beproeven. Zo ook een zekere rijke toerist. Ogen samengeknepen en met een roebel (3 eurocent) in zijn hand bereid hij zich voor op zijn gooi. Vanuit een losse pols vliegt het muntje richting de haas. Achter het muntje vliegt een horloge. Niet zomaar een horloge, een horloge van platina, ingelegd met diamanten. Dit is het enige exemplaar op heel de wereld.
Twee dagen lang speuren duikers tussen roebels en kopekes naar het horloge. Aan de kant staat bewaking en een vertegenwoordiger van de horlogefabrikant. Als het kostbare voorwerp, versiert met wier, eindelijk terecht is, legt de vertegenwoordiger zijn oor tegen het horloge. Wat een geluk, hij tikt! Was dit het geluk, die de haas in petto had voor de rijke toerist?

Midden in het epicentrum

Het is een zonnige zaterdag. Een geschikte dag om de toerist in eigen stad uit te hangen en daar is een hele geschikte plek voor: het parkje van de Peter en Paul vesting. Je kijkt uit over de Neva, ziet de Hermitage, de Izaakkathedraal, het puntje van vasili-eiland en de nieuwe grote fontijn. Een heerlijke plek om de dag rustig door te brengen, althans dat dachten we. Nog geen half uur zitten we te genieten of er begint een jetski wedstrijd voor onze neus. En kenelijk hadden wij onbewust een zeer goede plek uit gekozen, want in een mum van tijd werden we omsingeld door een fotograaf en twee cameramannen. Het ging er ruig aan toe en waterspetsers maakten de cameralenzen en mijn broek nat. 20 minuten moesten de jetskiers zich 'racende' weten te houden binnen een parcous van bochten. En dit waren pas de voorrondes. Genoeg! Op weg naar een ander parkje, vlakbij, tegenover de dierentuin. Het zonlicht doet alles in een warm licht omhullen. Op een wit houten bankje ploffen we neer en op het moment dat ik mijn boek wil pakken, komt er een groep jongeren onze richting uitgelopen. Een kleine 100 jongeren van tussen de 14 en 20 jaar. En allen dragen kussens bij zich, sommigen hebben ook nog ballonen en blazen bellen. Een bont en kleurig gezelschap.Het ziet er heel vredig uit.
Op de voet wordt de groep gevolgd door een politieauto. Deze wordt gevolgd door een oud krakkemikig busje. Er hangen blauwe gordijntjs voor de ramen en in het busje zitten verveelde ME'ers (AMON) naar hun muziek te luisteren. Achter het busje rijdt nog een donkerblauwe seat, waar twee officiers inzitten. De stoet gaat verder, richting de Peter en Paul vesting. Mijn nieuwsgierigheid is geprikkeld en wij besluiten de groep op een afstandje te volgen. Onderweg komen we te weten dat de jongeren simpelweg een kussengevecht gaan houden, een flashfight zoals ze dat hier noemen. En ze worden gevolgd ‘voor het geval’ dat het mis gaat. De jongeren gaan in een kring staan en beginnen leuzes te roepen. De autoparade stopt eveneens op een afstand van 50 meter. Een jongen hoopt met zijn grote fototoestel een foto van de ME’ers te nemen, die ondertussen al uit busjes zijn gestapt. Op het moment dat hij het apparaat voor zijn gezicht houdt, komen er twee ME’ers in beweging. Ze pakken de jongen vast bij zijn nekvel en sleuren hem het busje in. De bauwe gordijnen gaan dicht. Ik schrik van deze reactie en ben heel blij dat wij onze foto’s al hadden gemaakt, toen we nog op het bankje zaten. Tijd om ook deze plek te verlaten. Terwijl we het parkje uit willen lopen, lopen we in de armen van politie agenten. Zij houden de straat afgesloten. Want langs deze straat gaat de Petersburgse marathon. Er ontstaat een opstopping, voornamelijk van limosines, die bruidpaartjes langs deze mooie plekken vervoeren. Het publiek begint gorko (bitter) te roepen. Een teken dat het bruidspaar elkaar moet zoenen. De ramen gaan open en een bruidspaar toont zich. Wij hebben ondertussen al een zijstraat gevonden, die ons terugbrengt naar het rustige Vasili eiland. Een dagje wel.

dinsdag 10 juli 2007

Mijn felicitaties

'Het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven.' Het kon ook niet onopgemerkt blijven. Op alle televisie zenders werd er continu campagne gevoerd voor het geweldige Sochi. En de tegenstanders werden stuk voor stuk gekleineerd en in een slecht dagicht geplaatst. Poetin was afgereisd naar de plaats van bekendmaking. Heel Sochi was opgetrommeld. Rusland moest winnen. En diep in de nacht kwam het verlossende antwoord. De Olympische Winterspelen van 2014 zullen worden georganiseerd door 'Ons geweldige Rusland!'.
Sindsdien feliciteer ik al mijn Russische kennis met 'hun'overwinningen. Allen waren blij. Sommigen vloeiden tranen van vreugde toen ze het nieuws hoorden, anderen zagen dollartekens en grote economische voordelen. Maar wat ik nog de leukste reactie vond, was die van burgemeester Matvienka van Sint Petersburg. De ene winst is binnen en we kunnen alweer beginnen met de volgende campagne. Zo zei zij de dag na de bekendmaking:"Als Sochi de winterspelen kan bemachtigen, dan moeten wij zeker de zomerspelen kunnen bemachtigen!"

zaterdag 23 juni 2007

Op z'n Russisch feesten

Rond twaalf uur kom ik mijn bed uitrollen. Op mijn aanrecht staan zeven lege flessen. Allen hadden een wodka-achtige drank, variërend van vijf tot veertig procent......Jaja,wat was dat een mooie avond gisteren! Voor een Rusland feestje hoef je niet per definitie naar Rusland te verhuizen.
Het begon allemaal heel onschuldig met een spelletje poker. Rond tienen komen de eerste Slavisten en Ruslandkundigen binnen druppelen. Om halfelf wordt er aangebeld door twee vrouwen in Russisch legeruniform. De sfeer begint er al aardig in te komen en de dagelijks aanbevolen hoeveelheid ‘lachen’ van acht minuten zijn snel overschreden. Rond halftwaalf zijn de flessen leeg en roept het feest. De militairen zijn al vooruit gemarcheerd, om ons gezelschap saluerend te ontvangen en zakoeski voor te schotelen. Even verderop staat een cocktailbar. ‘De Russische vlag’, ‘Bloody Mary’, ‘White Russian’, ‘Black Russian’; van alles voor diegene onder ons, die nog niet genoeg van dit water met een k hebben genuttigd.
Russische, Oekraïense en gipsy beats gonzen door de ruimte. De dansvloer is nog leeg. Maar wij, Slavisten en Ruslandkundigen, zijn ongeremd en kennen geen schaamte. Hoe meer ruimte hoe beter. Uiteindelijk is het een bont geelschap, is de dansvloer gevuld en dansen we met z’n allen de polka.

(voda= water in Ru, en vodka= vodka
zakoeski= hapjes)

zondag 8 april 2007

Aanrader (voor studiegenoten, Ruslandliefhebbers en bevriende hydroloog)

" Ingenieurs van de ziel"; een verjaardagscadeau van mijn vader. Op het titelblad staat " 18/3/07 voor Lija na gore ararat, rastjot kroepny vinograd, Frank Westerman". Op de achterkant staat dat het sovjetsysteem een bizar experiment is in de geschiedenis van de mensheid.
Een 'biografie' van de sovjetschrijver Konstatin Paustovski in zijn tijd geplaatst door belangrijke historische gebeurtenissen. Van de revolutie, sovjetleider-wisselingen tot de toepassingsweidte van de Goelagkampen, waterbouwwerken en het goed gedocumenteerde archief van de Lubljanka. Een prachtvoorbeeld voor het doen van onderzoek. Het doet lezen als een groot avontuur, waarbij elke ontdekking een nieuwe vraag oproept. De tragiek en het harde bestaan ten tijde van de NKVD en Glavlit vervlecht, voedt en zijn verzonken in talloze memoires/ herinneringen. De bewuste censuur en het uit de gratie vallen en dus compleet verdwijnen van een werk (maakt niet uit of het een boek, film persoon of baai is). Frank Westerman heeft niet alleen uitputtend bronnenonderzoek verricht, zoals de verantwoording laat zien, maar ook veel ervaringen en verhalen opgedaan door zijn reizen en interviews. Dit alles is op een dergelijk fijne manier verwoord, dat het me bijna laat opspringen opzoek naar ontdekkingen en vragen in mijn eigen bacheloronderzoek. Chapeau en merci voor het voorbeeld en de inspiratie(vonk).

dinsdag 19 december 2006

Terug in Rusland

Voor de derde maal dit jaar land ik op Poelkovo II, het vliegveld voor vluchten uit het buitenland. Dit betekent niet dat het er een stuk luxer en verzorgder is dan op Poelkovo I. De douane heeft dezelfde norse gezichten, je wordt met een smerige bus van vliegtuig naar vliegveld gereden en baggagekarretjes zijn nergens te vinden. Op dit alles let ik niet, want als de schuifdeuren opgaan ligt daar Sint Petersburg op me te wachten. Dit keer volledig in kerststemming. Trots wordt mij verteld: “ precies zo als in Europa.” ‘Schitterende’ kerstbomen met om de seconde verspringende kleuren, oogverblindend (letterlijkj en figuurlijk). Niet geheel mijn smaak; iets te fel, te gekleurd en te onrustig. Toch heeft gouverneur Matvienko haar best gedaan. Honderd bomen zijn er in de stad geplaatst, kilometers verlichting. En als reactie op deze uitbundigheid schijnt Moskou er vierhonderd geplaatst te hebben. Die bomen zullen vanaf vrijdag mijn ogen verblinden. Waar de Nederlandse versiering in haar eenvoud en elegantie echter niet tegenop kan is de glinsterende sneeuw op de takken. Want jawel, speciaal voor mij, is gisteren dan eindleijk de winter in Rusland begonnen.

vrijdag 18 augustus 2006

De garage

De autobanden zijn een beetje zacht. Even laten controleren. We rijden de 11de Linea vanaf de achterkant van het eiland in. Voorheen kende ik deze straat alleen vanaf de Neva kade. Daar staan statige oude huizen, weliswaar vervallen, maar de oude glorie voel je nog. Aan het einde lijkt het een deel van een Amerikaanse buitenwijk, zoiets als ik me Harlem inbeeld. Bruine en rode bakstenen wisselen zich af, schuren, een ijzeren overloop verbindt twee pakhuizen en een garage.
Garage Hoffman. Op een bankje zitten 5 jonge knapen verveeld naast elkaar. Allen hebben een fluorescerend geel veiligheidsjasje om, waarop hun functie staat. Er onder: Praat niet tegen mij. Tegen de deur staat nog zo’n zelfde groepje te leunen. (verbogen werkeloosheid!?!) Een vrouw, duidelijk de baas hier, komt op ons af. Met een wenk stuurt ze twee arbeiders voor een drukpomp. Elke handeling controleert ze. Bij het stellen van vragen, antwoord inderdaad de vrouwelijke managers. De arbeiders doen slechts dat wat er op hun borst en rug staat.


p.s. helaas voelde ik me toch een beetje bezwaard om van dit tafereel een foto te maken.

Ze bestaan echt

Ze bestaan echt. De mafia.
En het is precies zoals je denkt dat het is. Het is precies zoals ze in alle foute en goede films worden uitgebeeld.

In hartje centrum is een beperkt aantal straten voetgangerszone. Terwijl ik daar flaneer scheuren er twee zwartgeblinddoekte jeeps op hoge snelheid voorbij om 20 meter verder abrupt met gierend remmend tot stilstand te komen. Vier deuren vliegen open en er springen vier bonken van kerels uit. Klerenkasten. Ze loeren om zich heen en het lijkt of ze zich nog extra breed opblazen. Nerveus friemelen ze aan hun oortje en houden alles in de gaten met argusogen. Uit de derde auto, die ik in eerste instantie niet had opgemerkt, stapt een kinkie kaalgeschoren man in pak van middelbare leeftijd uit. Uiteraard met puntschoenen en zonnebril. Een air van belangrijkheid omhult hem. Het ensemble gaat een dure Zwitserse juwelierswinkel (basel) binnen. De bodyguards klappen de deuren wijd open en met een opgeheven hoofd stapt de baas binnen. De ‘men in black’ sluiten zich achter hem aan. Vanavond zal er iemand vast met iets schitterends verrast worden.

dinsdag 15 augustus 2006

Ach, die Russen

Soms is het een zuchten en steunen. Het lijkt wel of die Russen er niets van begrijpen, het lijkt wel of ik er niets van begrijp. Het is volgens mij onbegrijpelijk.
Zo worden er zebrapaden aangebracht, maar auto’s stop die stoppen voor een voetganger. Ho maar. En probeer ik voor mijn voetgangersrechten op te komen, word ik bijna van sokken gereden en krijg ik ook nog eens boze vuisten en claxons naar mijn hoofd geslingerd.
De mensen hebben hier geen haast. Alles gaat sloom en langzaam, grauw en grijs. Maar vooral stoffig en benauwd. Geen haast hebbend lopen ze met z’n vieren naast elkaar over het trottoir. Geen enkel doorgangetje om tussendoor te glippen, het enige wat ik kan doen is ook gaan strompelen.
Het straatbeeld wordt gekleurd door vele groenten (wat is de nieuwe speling?)- en fruitkraampjes. Vooraan liggen prachtige kersen, (water)meloenen, bessen, perziken, tomaten, komkommers en groenvoer. Een schitterende watermeloen trekt mijn aandacht. De grote van een voetbal. Glimmend. Ik sta te watertanden. De verkoper klopt erop en er komt een volle klank vanaf.
‘Deze dan maar?’
‘Da’ knik ik verlekkerd.
‘Helaas, meisje, maar vandaag handelen we niet.’
‘Pardon?’
‘We verkopen niet!’
Soms breekt toch echt mijn klomp.

zondag 30 juli 2006

Hoe kom ik de gevangenis in

……………en weer uit.

Aan de kade van de rivier de Neva staat een gigantisch donkerrood bakstenen complex. Geheel gesloten en op elke muur hangt een dikke rol pikkeldraad. Er is slechts een ingang, tegelijkertijd uitgang. Een zware ijzeren deur. Ik sta voor de gevangenis, in de volksmond al 120 jaar beter bekend als Kresty(Kruizen). Dit omdat de twee belangrijkste gebouwen de vorm hebben van een kruis. Ze zijn door middel van een kerk aan elkaar verbonden. In elk kruis bevinden zich vier verdiepingen en in elke arm 30 cellen. Het ziet eruit als in een film. Een gevangenis waar in 1984 de laatste ontsnapping plaats vond. Een gevangenis in de tsarentijd speciaal gebouwd voor de bourgeoisie. Een gevangenis waar bekenden, als de bolsjewiek Trotski en de schrijver Gumilev, en minder bekenden gevangen zaten. Een gevangenis waar een aantal jaren geleden 12.000 gevangenen zaten. Ik ga kijken wat de situatie is achter deze ijzeren deuren.

Om binnen te komen heb ik doorlaatpas laten maken. Allereerst kreeg ik de toestemming van de directeur, daarna moest het geheel naar de generaal en vervolgens terug naar de directeur. In het totaal heb ik wel 5 verschillende telefoonnummers moeten bellen.
Ik stap door de twee sluizen heen en sta in de ontvangsthal. Achter dik glas zit een vrouw in uniform die tegelijkertijd twee telefoons bedient. ‘Nederlanders, hmmm. Even een belletje plegen.’ Ik ga in de hoek staan en kijk toe hoe via het sluismechanisme bezoekers en personeel deze instelling verlaten. Zij krijgen hun legitimatiebewijs en mobiele telefoon terug, ik lever mijn paspoort en doorlaatpas in. Mijn mobiele telefoon mag ik houden, vanwege de exclusieve toestemming van de directeur om foto’s te maken.
Een aardige vrouw, de excursieleidster van het gevangenismuseum, brengt mijn collega en mij bij de directeur. De directeur ontvangt ons met een glimlach. Aan de muur hangt een portret van Poetin, eronder staat een buste van Peter de Grote. In de hoek hangt de vlag van de Russische Federatie. Over de kamer hangt een sovjetgloed. Het bureau van de directeur is overvol. Er staat een monitor, waarmee deze vriendelijke pocketofficier als ‘big brother’ toezicht houdt over alle ruimtes binnen het complex. Een knoppenpanel en twee telefoons zorgen voor zijn verbinding. Een gewone telefoon en een rode, het direct lijntje naar ….(tsja)…. Verder liggen er verschillende boeken over het bureau verspreid (o.a. het Russische wetboek van strafrecht) en staat er een bordje met het opschrift: Stilte! De chef denkt na.
Terwijl we gaan zitten, gaat de telefoon met een schelle toon. ‘Schulden? Als het niet op de rekening staat, dan staat het niet op de rekening. Ik weet van geen gasproblemen af. O, wilt u ons, een gevangenis, bang maken?’
De gevangenis is arm. Vanuit Moskou komt er nauwelijks geld. Door het commercieel exploiteren van de bakkerij, de stomerij en de excursies in het museum verdient de gevangenis een kleine 60 duizend euro per jaar. Veel te weinig om alle onderhoudswerkzaamheden mee uit te voeren. Letterlijk alles is aan vervanging toe. Van gas-, water- en elektriciteitsleiding, de riolering tot bedden en matrassen.
Het cellencomplex is geconcentreerd over de twee ‘kruizen’. In totaal zijn er 999 cellen. In elke cel zitten maximaal 6 gevangenen. Een luxe in vergelijking met een paar jaar geleden toen er noodgedwongen 12- 15 man in een cel gingen en er in ploegendienst werd geslapen. Een cel is 8 m2. Er staan twee triple stapel britsen in, een wasbak en een pisbak (anders kun je het niet noemen). En wat ze van de Nederlandse gevangenissen vinden? De gevangen vinden het veel te gezellig met elkaar. Ze kaarten wat, kijken tv, kletsen of leren Engels. ‘Het Amerikaanse systeem past beter bij de Russische traditie, de Nederlanders hebben een vijf sterren variant.’ Dit idee is wijd verspreid in Rusland. Er is een Russische film (komedie) genaamd “Ik wil naar de gevangenis”, zich afspelend in de Bijlmerbajes.
We krijgen een modelcel te zien. Hierin zitten vier jonge opgesloten. Allen vanwege roofovervallen. Deze cel ziet er vrij netjes uit. Op een andere verdieping worden voor onze ogen, op bevel van de dienstdoende officier, de uit nieuwsgierigheid geopende doorgeefluiken snel gesloten. Toch lukt het om er door een naar binnen te kijken. Het is daar goor en de mannen kijken mij met angstige en doordringende ogen aan.
‘Het is hier binnen een weerspiegeling van de gemeenschap. Hoe de mensen hierbuiten met elkaar omgaan, zo wordt er ook binnen met elkaar omgegaan.’ Er wordt geprobeerd om de gevangenen zoveel mogelijk in subcategorieën onder te verdelen. Bij binnenkomst worden ze daarom eerst gekeurd door een psycholoog. De celindeling gebeurt aan de hand van een door de psycholoog opgestelde lijst, waarbij het hokje voor verkrachter, moordenaar, recidivist, roker, zieke, buitenlander en nog een stuk of 15 anderen ‘kenmerken’ aangevinkt kan zijn.
In totaal zijn er in de kruizengevangenis 4 duizend man gehuisvest. Waarvan slechts 400 veroordeelden, de rest zit nog in voorarrest. De veroordeelden werken in de gevangenis en hebben meer bewegingsvrijheid dan hun lotgenoten die nog wachten op hun proces. Deze mogen per dag slechts een uur luchten, wat werken, wat tijd voor eigen ontwikkeling en eten. Eten doen ze om 6, 12 en 18 uur. Vandaag zag het menu er als volgt uit: pap uit melkpoeder en boter, als hoofdmaaltijd bortsjsj, erwten, brood en gehakt en als avondmaal wederom pap, vermicelli, eieren, melk, thee en zout. Om een idee te krijgen trakteerde een gevangene ons op vers zeksbrood.
Voor het verrichte werk krijgen de gevangen een kleine vergoeding op hun interne rekening. Hiermee kunnen ze in ‘de winkel’(een lijst waarmee de bewakers langsgaan) levensmiddelen als chocolade, sap en (niet te vergeten) sigaretten en kopen. Verder krijgen de gevangen drie keer per dag te eten en hebben ze recht op 50 kilo aan voedsel pakketen per maand. Dit is het netto gewicht, want alles wat de gevangenis in komt wordt gecontroleerd en komt in plastic zakken bij de gevangen. En geen blikje, fles of homp brood wordt doorgelaten, daar kan van alles inzitten. Tijdens het bezoekuur (twee keer per maand) wordt er alleen gecommuniceerd via een telefoon en achter glas. ‘De kans is zeer groot dat er anders tijdens het zoenen drugs worden uitgewisseld.’
Terug naar de Kresty. Vanuit het midden van het kruis heb je overzicht over de verschillende verdiepingen. Elke verdieping is afgeschermd met tralies en gaas. Aan de muur hangen bordjes ‘Bij beweging handen op de rug’. Het is er vochtig en donker. Het stinkt er naar (katte)pis. De lucht is muffig. Voorheen dacht ik, naïef, dat zulke scènes alleen in Amerikaanse films voorkomen, maar dit is beklemmend echt.
Behalve de kruizen bevindt zich in het complex een kerk, wasserette, sauna, douchegelegenheden, ziekenboeg, een aula, een apart gebouw voor TBC patiënten, keuken en bakkerij. Het burgerpersoneel dat hier werkt draagt van groene camouflagestof gemaakte uniformen. Als we de bakkerij verlaten, verlaten we ook de geur van gist en worden we weer omringd met de geur van kattenpis. Op het plein staan de in zwarte uniformen geklede gevangenen in rijen van 7. Ze staan te hangen. Hier mag ik geen foto van maken. Eromheen lopen katten rond, hier de meest vrije wezens. Want noch bewakers, noch gevangenen hebben het gemakkelijk achter de torenhoge rood bakstenen muren. En de katten, die houden zo nu en dan de gevangenen ook binnen gezelschap. ‘Aangezien er hier geen vrouwen zijn en ik liever niet heb dat ze elkaar beginnen te aaien, mogen ze katten hebben. Dat helpt ook nog eens tegen de stress.’

Een p.s.
Wat niet vergeten moet worden is dat hoe armzalig de omstandigheden zijn, hoe mensonterend af en toe en tegen de Europese normen in, het blijft huisvesting voor een gevangene en niet voor moeders liefste. Verder vindt men in Rusland dat een gevangenen ook echt bestraft moet worden. Bestraffingen zien er anders uit. Vijf jaar voor roof wordt als een kleine straf beschouwd.
Toch probeert de gevangenis de situatie zo veel mogelijk te verbeteren. Noren, Amerikanen en Nederlanders steunen verbouwingen en opleidingprogramma’s. En als het geld er was, zouden ze al veel meer tegemoet gekomen zijn aan de Europese normen. Want ondertussen, na werkbezoeken aan deze landen, weten ze (de directie) dat het beter kan, hoe het beter kan en dat het beter moet. Zeker voor de vele met HIV besmette en tuberculose lijdende gevangenen. Helaas is geldgebrek de belemmerende factor.

Met dank aan Marita Thelen

vrijdag 7 juli 2006

Waar is de Nevski?

De afspraak was om 15.30. De chauffeur zei dat het geen nut had als hij zou wachten tot ik weer uit bespreking zou zijn. Met al dat drukke verkeer, zeker rondom Nevski Prospekt, zouden we het nooit halen om weer voor 17.00 op het consulaat te zijn. Hij liet me de dichtstbijzijnde metro zien en zette me af bij een groot transportbedrijf.
Het gesprek ging moeizaam en was inderdaad pas tegen vijven afgelopen. Aangezien ik om 19.00 weer een afspraak in de stad had, had het geen nut om eerst met het openbaar vervoer terug te gaan naar Vasili eiland. Maar gelukig hoef je je in Spb niet te vervelen, voldoende varianten om 2 uur door te brengen. En aangezien ik deze buurt, bij technologitsjeskaya, helemaal niet ken, was het met dit heerlijke weer (23 graden, licht briesjes. U weet wel, precies goed) voor de hand liggend om wat te dwalen. Naast elkaar staan er in deze wijk bouwvallige panden met vergane glorie. Zelfs de beschermingsnetten eromheen vallen er praktisch vanaf. Er naast statige, opgeknapte herenhuizen in een Italiaanse stijl en aan de overkant een typisch stalinistisch gebouw. Zo grauw, uitzichtloos, een blokkendoosconstructie van heb ik jou daar.
Mijn pad ging langs een grijs pand die een roze metamorfose onderging. Vijf ‘spinnen’ hingen al slingerend op verschillende hoogtes aan hun schommel. Twee touwen en een latje. En aan hun riemen twee emmers, die af en toe tegen elkaar kletterden. Ieder had zo zijn eigen tempo. Het zag eruit alsof ze het erg naar hun zin hadden daarboven.
Langzamerhand wilde ik wel weer eens richting Nevski zwerven en aangezien ik me al een echte Peterburger probeer te wanen loop ik in deze miljoenenstad zonder kaart rond. En mijn richtingsgevoel… Die laat nog nogal eens te wensen over. Daarboven op de eigenwijsheid en foute intuïtie vormen voor de benen een vermoeiende eigenschap. Mijn eerste reddende engel moest een krom getrokken vrouwtje worden. Een echt typisch Russisch oma’tje zoals je ze in alle beschrijvingen tegen komt. Een wrat op de wang, vlassige haren in een knotje weggestopt. Een fijn blauw- bloemetjesmotief soepjurk, ik denk dat het vergeetmenietjes waren. Witte sandalen met uiteraard geen blote voeten daarin, maar dikke lichtbruine kousenvoeten. (minstens denier 40). Zuchtend keek ze me aan. ‘ O, je zit helemaal fout. Je moet naar rechts en rechtdoor. Gewoon blijven lopen’. Aldus keeping on walking, zie ik een poosje nadat ik de hoek om ben aan mijn linkerhand een bekende kerk. Althans ik dacht hem van een eerdere zwertocht te herkennen. Een blauwe koepel, een kruis erop, een bordes……En als het ook echt de kerk was geweest, dat ik dacht dat het was, was het ook juist dat ik van route veranderde. Ik moest er alleen even omheen, een keer links en dan had ik er toch echt moeten zijn. Dommage, kom uit bij het begin van kanaal Gribojedova. Hier is een park met fonteinen en bruggetjes aangelegd. Twee vrouwen van middelbare leeftijd komen op me af. Ze hebben een Duitse kaart in de hand. Of ik niet kan zeggen waar ze nu zijn. Uiteindelijk hen hopelijk de juiste kant opgestuurd en voor mezelf tegelijkertijd ook weer een nieuwe route gevonden. Maar mezelf kende een check kan geen kwaad. Daarom vraag ik aan mijn volgende slachtoffer, een jongedame, wederom naar de Nevski, maar ditmaal gespecificeerd; de Kazankathedraal. De jongedame, waarschijnlijk jonger dan ik, haar manier van kleden en de hoeveelheid make-up verbergen haar leeftijd, heeft geen idee. Keurt me nauwelijks een blik waardig en loopt schouderophalend verder. Meteen komen er twee meisjes op me af. Ze hadden gezien dat ik wat had gevraagd en dat ik toerist ben en enthousiast begonnen ze in hun net geleerde engels te vragen wat ik zoek. Ik, om het hun makkelijker te maken praat in het Russisch. Zij, om het mij ‘makkelijker’ te maken in het Engels. ‘O yes, You go good. Just straight. But it’s a big walk. Very big.’ Ik moet echt verder dus schud de meisjes gehaast van me af. De meisjes rennen meteen af op een volgend slachtoffer. Een stukje verder zie ik op de hoek een groenten en fruit kraampje staan. Als ik het nader, vermengt de geur van uitlaatgas zich met overrijpe aardbeien, perziken en dille. Ik stel weer dezelfde vraag. Verontschuldigend lacht de verkoopster naar me en ze zegt in plat Russich dat zij elke ochtend vroeg bij dit kraampje gedumpt wordt en ’s avonds laat weer opgehaald. Ze heeft er geen begrip van waar ze zelf is. ‘Kind, ik weet niet eens hoe de straten op deze hoek heten.’ Samen kijken we naar het bordje: De straat van de Dekabristen. Meteen gaat er bij mij een belletje rinkelen. Natuurlijk: immer gerade aus. Kan niet missen.

woensdag 5 juli 2006

Wat een muppetshow!!

Een groot Nederlands bedrijf in opslag en koelinstallaties bevindt zich op 7 km buiten st. Petersburg. Met de diplomatenauto verlaten we de stad over de moskovskii prospekt. Opmerkelijk is de hoeveelheid militie die langs de weg staat. Waarschijnlijk vanwege de komende G8. De stad raakt er steeds meer van in de ban. We rijden richting het vliegveld, richting de pulkovoheuvel. De route die tsarina Catherina per koets altijd aflegde naar haar buitenpaleis. Hieraan herinneren de mijlpalen en de drinkfonteinen voor de paarden. Als we het vliegveld gepasseerd zijn, neemt de hoeveelheid blauw, groen, beige en grijs toe. Om de 70m staat nu een militair. En dit aan beide kanten van de weg. Van verveling weten sommigen zich geen houding meer te geven en leunen stiekem tegen een boom of zitten al knikkebollend op een boomstam, terwijl anderen fier rechtop staan al zwaaiend met hun knuppeltje. Het bedrijf ligt op de route naar het Konstantinpaleis. De residentie van Poetin. Een korte opsomming, op de heenweg heb ik waarschijnlijk wel tussen de 150 tot 200 militairen gezien. Twee uur later is het bezoek afgelopen en willen we weer terug naar de stad.
Dat gaat helaas niet. Zodra we het terrein afrijden en de rijksweg opwillen, staan we stil. Er staan vier lada’s voor ons en daarvoor een politieagent. We hadden al geruchten gehoord dat de rijksweg afgesloten zijn. Maar goed, wij rijden in een diplomatieke wagen, voor landsbelang moeten we terug, dus wij rijden langs de vier lada’s en stoppen voor de agent. Deze ziet er niet al te vrolijk uit en geeft ons een stopteken. ‘Jullie moeten stil blijven staan, motor uit, tot nadere orders’ De chauffeur sputterde tegen: ‘ hoe lang gaat dit duren? De consul wil naar het consulaat en kan niet wachten, wij zijn een diplomatieke wagen.’ ‘Ik zei: motor uit en wie weet staan we hier wel tot zonsondergang’
Nee, de Russische humor is op zulke momenten absoluut niet grappig. Ergens bij een bedrijven terrein, eigenlijk in the middle of now where, zijn we gestrand en we kunnen niet verder. Rood nummerbord of niet, wachten moeten we. Toch leidt tot onbegrip in de wagen. Hoe kunnen ze dit maken, onmogelijk. Wat een poeha. Wat een muppetshow maken ze er hier in Rusland van. Nu is het zeker wachten op prins Frats. Het plan ontstaat al om een ultimatum te stellen. We wachten 15 min en anders rijden we door, met of zonder goedkeuring. Ik vind het alleen maar spannend maar onze Russische collegae zien het toch wat somberder in en voelen er weinig voor. Langzaam verstrijkt de tijd. Er wordt gebeld met het ministerie van buitenlandse zaken (MID) voor opheldering. Er wordt contact gelegd met het consulaat om een vergunning te regelen, als er plotseling een helikopter over komt. En onder de helikopter een autoescorte. Over de hele baanbreedte rijdt een colonne van 8 politiewagens en tussen de zwaailichten twee zwarte geblindeerde wagens. ‘Was dat Poetin?’ fluister ik zachtjes. Het einde moet toch wel inzicht zijn en ons eigen gesteld ultimatum begint ook al te verlopen. Eindelijk stapt de agent opzij en met plankgas scheuren we hem voorbij. Tegelijkertijd krijgen we van het MID het advies om rustig te wachten, want als we ons plannetje doorzetten staan zij niet in voor de gevolgen. De militie heeft strikte bevelen en onze auto is niet van kogel vrijglas…..
Ja, ik maak mijn borst al nat voor de G8. De prognose voor de komende tijd is al een half uitgestorven stad, een haven die14 dagen dicht gaat, 4 dagen geen vrachtverkeer, een gesloten vliegveld….. Absoluut geen economische voordelen, maar de lucht zal vast heerlijk fris worden en zonder al dat verkeer en toeristen zal de stad zich in betoverende rust hullen.

vrijdag 23 juni 2006

Soms heb je dat...

Je staat ’s morgens voor het dressoir en denkt: “ wat zie ik er goed uit vandaag.” Geen bad hair day, ogen fonkelen. Leve de goed liggende make-up. Leve de kleding, die zonder gestreken te zijn en ook nog eens lekker zit, afkleedt en versiert op een elegante manier. Al met al voldaan laat je het spiegelbeeld door deze gedachte met een gerust hart achter.
En deze gedachte wordt de beschermengel van je dag. En het gevoel van hernieuwde schoonheid straalt vanuit zichzelf. De pas wordt vrouwelijker. De rug recht en de borst vooruit.
Zo loop ik, terwijl mijn hoofd ergens in romantische velden verkeert, de treden af om onder de Nevski door te lopen, als er opeens een gentleman van middelbare leeftijd naast me komt lopen. 10 cm kleiner dan ik. Gehesen in een goed zittend pak. Gepoetste schoenen (prada’s???). Zijn gezicht is wat mollig, maar het zeer mannelijke kapsel a la James Bond met grijzende haren, compenseert dit volledig.
De mijnheer begint over mijn silhouet. Perfect, precies wat mijnheer zoekt. Of mijnheer foto’s mag maken, zwart-wit. Dat is namelijk zijn specialiteit.
Ik heb geen idee hoe hierop te reageren, maar zolang hij in het Russisch overzicht zelf en mij uitwijd, heb ik de tijd om daar over na te denken. Plots kijkt hij mij met een deels verlekkerd en deels hoopvolle, voldane blik aan. Tijd voor een antwoord. Ons tempo was gedurende zijn monoloog zo vertraagd dat wij ons als slakken voortbewogen tussen de haastende Russen en toeristen. ‘ wat als, nee, oui, wie weet, zou het, kan niet, tuurlijk doen, ben jij gek!’.......... geen van deze gedachtes werden uiteindelijk uitgesproken. Met een verontschuldigende glimlach zeg ik zoet: “I am sorry, I don’t speak Russian.” Teleurgesteld slikt mijnheer. Vermeldt nog even in stuntelend engels dat hij een erg goede fotograaf is, werpt vluchtig een blik op zijn blinkende horloge en gaat rechts de trap op. En ik links. Zou dit mijn kans geweest zijn? Sloeg mijn minute of fame rechtsaf??

donderdag 22 juni 2006

Zo warm, zo koud!

Het is tropisch warm. De hele week dwaalt het kwik rond de 30 graden. Pas tegen de avond wordt het echt aangenaam om buiten te zijn. En dat kan lang. Gisteren was de langste dag. Het was 1,5 uur ‘donker’. En na deze zeer ‘lange’ nacht, stond ik vanochtend op voor een nieuwe werkdag. Ik stap onder de douche en er komt een straal onaangenaam koud water over me heen. Wat blijkt; de toevoer voor warm water is voor een maand stopgezet in heel de wijk. Als voorbereiding op de onaangenaam koude winters. Dus wil ik ‘s ochtends niet een onaangenaam koude douche hebben, ben ik genoodzaakt met pannetjes en een fluitketel te werk te gaan. Wat een belevenis zo vroeg op de ochtend.

maandag 12 juni 2006

Ge-wel-dig

Het is kwart over tien ’s avonds. Buiten is het licht en dat zal het het komende uur ook nog blijven. Morgen staat er weer een werkweek te wachten op het consulaat. De ‘kennismakingstijd’ is over en morgen zal ik beginnen met het maken van afspraken. Maar nu nog even nagenieten van het weekend. Een bruisend weekend. Lange wandelingen langs de zomertuin, het smolny en de troitskibrug. Een nieuwe fontein ontdekt bij het strelki. Midden op de Neva. Een prachtige fontein, al kletterend speelt het licht met de waterdruppels. De temperatuur stijgt en de straten vullen zich met russen en toeristen. Heel veel toeristen. Die komen hierheen in grote cruiseboten en met groot bedoel ik groot. Heel groot, zo groot als vieretagewoningen. Zowat een dorp op zich, onvoorstelbaar. En de toeristen brengen kunstenaars, straatmuzikanten, tourbussen en beren met zich mee. Want wie wil er nou niet met een klein beertje op de foto voor de Isaakkathedraal?
En behalve beren en allerlei soorten honden, laat men hier ook fretten en katten uit. Ik moet echt iets vaker mijn fototoestel meenemen. Zo ook tijdens het uitgaan. Naast de ‘international’ bar Datchja is Fidel geopend. Het is er iets ruimer, iets minder benauwd en er is een heel ander publiek. Ik waande me door de muziek en de excentrieke mensen in een ander tijdperk. Er liepen jongemannen rond met stijlvolle hoeden. Anderen in chique colbertjasjes. Dames in polkadot rokken. Bebakkebaarden mannen met een sigaar en een glas whisky. Eigenlijk miste ik alleen nog een wandelstok. En gelijktijdig met het moment waarop ik deze gedachte uitsprak, stak iemand zijn krukken in de lucht……Is het niet ge-wel-dig!!!!

maandag 5 juni 2006

Terug

Wederom terug in mijn geboortestad. Een maand geleden liep ik over dezelfde grauwe wegen, keek ik naar dezelfde series en deed ik boodschappen in dezelfde supermarkt. Toch hebben al deze drie aspecten een verandering ondergaan. Aan de straten wordt nog steeds gewerkt, alleen nu twee blokken verder. De modderige poelen zijn veranderd in groene eilandjes onkruid tussen al het asfalt. De straatlantarens en de stoplichten zijn bedekt met een verser kleurtje grijs. En de uitlaatgassen van de op Russische benzine rijdende auto’s blijven nog beter in de lucht hangen. Een wandeling over de universiteitskade wordt bijna een zelfvergiftigingsactie.
De GTST van Rusland draait ook nog steeds. Hoewel ze in april al verkondigden dat de laatste aflevering er aan zat te komen. De hoofdrol speelster is naar de kapper geweest en heeft het van secretaresse tot directeur weten te schoppen. En eigelijk zijn dat alle veranderingen wel, dus ben weer helemaal bij. En wat betreft het journaal. Deze wordt ook nog steeds gevuld met 10 minuten nieuws en tien minuten Poetin. Poetin in vergadering, Poetin met zijn hond, Poetin op buitenlandreis, Poetin ernstig etc….En als laatste de winkels. Sommige zijn er verdwenen, nieuwe zijn ervoor in de plaats gekomen. De gewone gang van zaken, alleen heb ik het idee dat het tempo hier wel wat hoger ligt. En was ik net helemaal op de hoogte waar alles in supermarkt lag… lag dat zegt het al; hebben ze de hele inrichting veranderd!

vrijdag 5 mei 2006

Het vervoer

Het vervoer: Rusland kent busjes, trolleys, treinen, de metro, de tram, een handjevol fietsen en motors, maar voornamelijk auto’s. Auto’s van limousines met geblinddoekte ruiten tot oude, gedeukte, verroeste, afgebladderde, waggelende wolga’s en lada’s die bediend worden met pook en toch echt wel een gevaar op de weg genoemd mogen worden.
De weg. Ook iets bijzonders hier. Een wegdek vol met deuken en zonder lijnen, die hangen als verkeersborden. Zo weet je niet of je nu op een 3 of 5 baansweg rijdt. Inhalen doet men hier van links en rechts. En stoppen voor een zebrapad, ho maar. Maar ze bestaan wel zebrapaden en ze worden als volgt aangebracht op klaarlichte dag; streep voor streep. Ze verven niet verder voordat de laatste streep voldoende is opgedroogd.
En dan het parkeren. Dubbel of Triple, who cares. Bij de in/ uitgang van een parkeergarage werken hier 5 personen. Een om het kaartje te geven. Een om de plek aan te wijzen. Een om het kaartje aan te nemen. Een voor de berekening van het tarief. En een om hem weer in de automaat te doen. Hoezo verborgen werkloosheid??
En heb je benzine nodig, dan wel eerst even bij de kassa betalen, alvorens te tanken. Een regelrechte choas...